Hoe u ziet dat de kast echt vol is
Uw meterkast inrichten begint met kijken wat er al hangt. "Vol" betekent iets anders dan "er zit geen gat meer". Dit is wat wij nakijken:
- Vrije modules op de DIN-rail. Alle afdekplaatjes eruit en alles bezet: dan is er letterlijk geen plek. Zitten er nog blinde plaatjes, dan is er meer mogelijk dan het lijkt.
- Aantal groepen achter één aardlekschakelaar. Wij zetten hooguit vier eindgroepen achter één aardlekschakelaar van 30 milliampère. Hangen er al vier, dan gaat er geen groep bij zonder een extra aardlekbeveiliging, ook als er nog een gaatje vrij is.
- De hoofdzekering. Ruimte in de kast is één ding, vermogen is een ander. Bij 1x25A is er na een kookplaat en een warmtepomp weinig over.
- De staat van de bedrading. In kasten van voor 1975 zit soms nog stof- of loodkabel. Daar iets aan bijhangen is geen goed idee, hoeveel ruimte er ook is.
- Smeltveiligheden. Zitten er nog draadzekeringen in, dan is vervangen bijna altijd verstandiger dan uitbreiden.
Vijf manieren om ruimte te maken
| Oplossing | Wanneer dit past | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Aardlekautomaten per groep | De kast zit vol met aardlekblokken en losse automaten | Eén module per groep in plaats van een aardlekschakelaar plus automaat. Scheelt plek zodra er meer dan een paar groepen hangen, en bij een storing valt alleen die ene groep uit |
| Een grotere kast in dezelfde nis | De nis is hoger of breder dan de kast die erin hangt | De meest gekozen route. U heeft daarna ruimte voor de jaren erna, en de stroom is alleen tijdens het vervangen eraf |
| Een tweede verdeler (onderverdeler) | Het werk zit ver van de meterkast: garage, zolder, werkplaats, tuinhuis | Eén zwaardere kabel naar een kleine kast ter plaatse, en daar de groepen. Scheelt lange kabels en houdt de hoofdkast overzichtelijk |
| Dode groepen opruimen | Er zijn in de loop der jaren groepen bijgekomen die nergens meer heen gaan | Wij meten uit welke groep waar naartoe gaat en ruimen op. Levert soms twee tot vier plekken op zonder nieuwe kast |
| De kast verplaatsen | De nis is echt te klein, of er komt veel bij | De duurste route, want de hoofdaansluiting moet mee en dat is werk van de netbeheerder. Alleen doen bij een verbouwing |
Wat wij bijna nooit adviseren: twee automaten op één groep zetten of een groep "even meenemen" op een bestaande. Dat maakt het probleem onzichtbaar in plaats van kleiner, en bij de eerstvolgende keuring komt het alsnog boven water.
Wat u niet mag gebruiken
Een meterkast is geen kast die helemaal van u is. Het deel met de hoofdaansluitkast, de hoofdzekering en de meter is van de netbeheerder en is verzegeld. Daar iets aanhangen, omleggen of ruimte in maken mag u als bewoner niet. Wij hebben zegelrecht; de aansluiting zelf aanpassen of verzwaren doet de netbeheerder. Rond de meter en de aansluitkast moet bovendien ruimte vrij blijven om te kunnen werken en om de meter te kunnen aflezen.
In een standaardmeterkast van een Nederlandse woning hangt naast de elektra vaak ook de watermeter, de gasmeter en de aansluiting voor internet. Die hebben elk hun eigen vak. In de praktijk komt het erop neer dat er minder ruimte over is dan de kast van buiten doet vermoeden, en dat de rommel die er in de loop der jaren bij is gezet, soms het echte probleem is.
Ruimte in de kast, of ruimte op de aansluiting?
Deze twee lopen vaak door elkaar. Ruimte in de kast lost u op met een van de vijf manieren hierboven. Is er genoeg plek maar trekt de hoofdzekering het niet meer, dan gaat het om verzwaren naar drie fasen. Dat is een aanvraag bij de netbeheerder, met een eigen tarief en een eigen doorlooptijd.
Een tussenweg die veel mensen niet kennen: slim verdelen. Een laadpaal met loadbalancing laadt precies zoveel als er op dat moment over is en stopt als de rest van het huis stroom vraagt. Een thuisbatterij vangt pieken op. Daarmee past er soms meer op dezelfde aansluiting dan u op papier zou verwachten, zonder verzwaring en zonder het wachten dat daarbij hoort.
Wat wij doen voordat wij iets bijzetten
- De kast uitmeten: aantal modules, vrije ruimte, hoogte en breedte van de nis.
- Nakijken hoeveel groepen er achter elke aardlekbeveiliging hangen en van welk type die is.
- De bestaande bedrading beoordelen: doorsnede, isolatie, en of er aarde overal doorloopt.
- De hoofdzekering en het aansluitcapaciteitstype vaststellen.
- Vragen wat er de komende jaren nog bij komt. Een kast die nu precies past, zit over twee jaar weer vol.
Pas daarna noemen wij de exacte prijs, en dan staat die vast. Lees ook wat de prijs van een groepenkast bepaalt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel groepen zetten wij achter één aardlekschakelaar?
Hooguit vier eindgroepen per aardlekschakelaar van 30 milliampère. Hangen er al vier, dan gaat er geen groep meer bij zonder extra aardlekbeveiliging, ook al is er nog plek op de rail. Met aardlekautomaten per groep speelt die grens niet.
Kan ik een groep bijplaatsen zonder de kast te vervangen?
Vaak wel. Als er modules vrij zijn, de aardlekbeveiliging het toelaat en de bedrading in orde is, zetten wij een groep bij. Wij meten dat na en leggen het vast in een meetrapport, zodat u kunt aantonen hoe het is aangelegd.
Wat is een onderverdeler?
Een tweede, kleinere groepenkast bij de plek waar het werk zit: garage, zolder, werkplaats of tuinhuis. Er loopt één zwaardere kabel naartoe en de groepen komen daar. Dat scheelt lange kabels vanuit de meterkast en houdt de hoofdkast overzichtelijk.
Mag ik zelf iets in de meterkast veranderen?
Aan het verzegelde deel (de hoofdaansluitkast, de hoofdzekering en de meter) komt u als bewoner niet. De aansluiting zelf verzwaren doet de netbeheerder. De rest van de kast is van u, maar het werk vraagt kennis van de norm en een meting achteraf. Een fout ziet u pas bij een storing of bij schade, en dan wordt de vraag wie het heeft aangelegd.
Gaat de stroom eraf bij een nieuwe kast?
Ja, tijdens het vervangen. Wij spreken vooraf af wanneer dat is, zodat u de vriezer en het thuiswerken erop kunt aanpassen.
